‘Durven te vertrouwen op de kracht van de bewoners’

All stories
  • Placemaking
  • Plazas

Op weg naar een faciliterende en ondersteunende
gemeente

‘Een Zomerhofkwartier hebben we in Dordt nog niet; onze mooiste projecten moeten nog gerealiseerd worden,’ zegt omgevingspsycholoog en beleidsadviseur Mariska Kien. ‘Toch denk ik dat onze eerste ervaringen met het samen met de bewoners mooier en prettiger maken van de stad het delen waard zijn.’ Als bestuurlijk verantwoordelijke steunt wethouder Rinette Reynvaan dit volledig.

Ergens in 2015 stond het onderwerp placemaking voor het eerst op de agenda van de Dordtse gemeenteraad en aan het eind van dat jaar ging het eerste experiment van start. Beleidsadviseur Mariska Kien: ‘In de beheeragenda stond dat het Vriese- en Damplein allebei toe waren aan onderhoud. Voor het Vrieseplein was zelfs al een stedenbouwkundige aan de slag gegaan. Toen heeft de gemeente gezegd: “Nee, we gaan het anders doen. We gaan bewoners en belanghebbenden de kans geven te bepalen wat er gaat gebeuren.”

‘We moeten als gemeente echt het systeem loslaten waarin we ervan uitgaan dat wij weten wat goed is voor de burger,’ licht Wethouder Stadsbeheer Rinette Reynvaan die stap toe. ‘Dat past in de veranderende rol van de gemeente, waarbij de bewoner aan zet is, en wij steeds meer ondersteunend en faciliterend zijn. Bewoners en belanghebbenden komen vaak met ideeën waar wij niet opgekomen zouden zijn.’

Uit de mensen die afkwamen op een inloopavond voor het Vrieseplein is een werkgroep van tien mensen ontstaan. Wie niet in de werkgroep zat maar wel wilde meedenken kon terecht in de klankboordgroep. De projectleider van de gemeente woonde de bijeenkomsten bij maar de voorzitter kwam uit de werkgroep zelf.

‘Hoe het plein er nu uitziet, zouden we als gemeente nooit hebben bedacht,’ zegt Kien. ‘Katinka van Haren, een kunstenares die aan het Vrieseplein woont, vond het leuk om een ontwerp te maken voor de bestrating. Na drie weken schetsen en overleggen met de werkgroep is daar een idee uitgekomen en dat is uitgevoerd. Ook hebben de bewoners de nieuwe armaturen uitgekozen. Dat leverde een creatief resultaat op.’

Ging het op het Damplein ook zo vlot?

‘Op het Damplein heeft placemaking er vooral voor gezorgd dat er na twintig jaar discussie nu eindelijk een beslissing is genomen, zegt Kien. ‘Er zijn in het verleden allerlei voorstellen gedaan, soms ook door de bewoners, maar nooit na een brede consultatie. Dat bleek echt de enige mogelijkheid om eruit te komen zelfs al waren er dingen die beter hadden gekund. Gedurende het project heeft de werkgroep soms te veel naar zichzelf toegetrokken en te weinig afgestemd met de wijk. Het is wel belangrijk dat de gemeente een positie kiest en mede blijft sturen op het proces, zodat bijvoorbeeld die brede consultatie is gewaarborgd.’

Wat is het belangrijkste effect van deze aanpak?

‘De stad wordt functioneler en aantrekkelijker en de openbare ruimte kan beter functioneren,’ vertelt Kien. ‘Door de gebruiker centraal te stellen, wordt er meer rekening gehouden met zaken waar bewoners aandacht voor willen. Bij beide pilots is bijvoorbeeld veel nadrukkelijker dan vroeger naar de sociale functie van die pleinen gekeken. Verder laat een externe evaluatie naar de ervaringen bij het Vrieseplein zien dat mensen zich veel meer betrokken voelen bij de openbare ruimte als ze mee kunnen denken over de ontwikkeling. Doordat zelfs de voorzitter uit de eigen buurt kwam, zie je bij bewoners en belanghebbenden het vertrouwen toenemen dat ze invloed hebben op de besluitvormingsprocessen. Daardoor nam ook het vertrouwen in het bestuur toe. Dat levert nieuwe energie in de stad op.’

Wethouder Reynvaan: ‘Je ziet dit ook op andere plekken in de stad gebeuren. Een mooi voorbeeld is Crabbehoeve. In een van onze aandachtswijken stonden een oude kleuterschool en speeltuin te verloederen. Vanuit de bewoners kwam de vraag of ze iets met dat gebouw en die grond mochten doen. Natuurlijk zijn er dan allerlei bezwaren te bedenken: ‘Ja maar, het is een oud gebouw, hoe zit het met de bedrading? Ja maar, misschien gaat het dak lekken’? en ga zo maar door. Daar hebben we over gesproken en nu is er al zo’n jaar of twee een ontmoetingsplaats voor mensen uit de buurt waar veel gebruik van wordt gemaakt. Er worden bijeenkomsten en vergaderingen gehouden en in de tuin verbouwen omwonenden bloemen en groenten.’

Wat hebben jullie geleerd van deze eerste twee projecten?

Kien: ‘Als gemeente proberen wij echt op onze handen te gaan zitten en zo veel mogelijk over te laten aan de stad. Tegelijkertijd kun je niet van bewoners verwachten dat ze ineens een proces als placemaking – dat ook voor ons relatief nieuw is – beheersen. Ik denk dat je het proces goed moet begeleiden en vooraf duidelijke kaders moet meegeven. Zo moet het bijvoorbeeld helder zijn wat de gemeente financieel kan bijdragen. De volgende keer moeten we nog veel duidelijker zeggen: zoveel geld is beschikbaar en als je meer wilt moet je zelf bronnen aanboren. En daar kunnen wij bij helpen.’

‘Er is hier in het Stadskantoor bovendien een enorme berg expertise aanwezig,’ onderstreept Reynvaan. ‘Het zou zonde zijn om die niet te gebruiken. Het initiatief ligt bij de bewoners maar we gaan tijdig met elkaar om de tafel om plannen en kennis met elkaar te delen.’

Hoe gaat het na de oplevering?

‘Placemaking schept prachtige kansen, maar tegelijkertijd is het voor de gemeente soms ook een worsteling, zegt Kien. ‘Er zitten bijvoorbeeld heel veel duiven op het Vrieseplein. Die worden gevoerd door mensen die erlangs komen, en die beesten poepen alles onder. De bewoners vinden dat de gemeente dat moet oplossen.’

Wethouder Reynvaan: ‘Dit toont aan hoe belangrijk het is om vooraf de verwachtingen en mogelijkheden goed met elkaar af te stemmen. Als mensen zich heel erg hebben ingezet voor zo’n plein verwachten ze misschien dat de gemeente er iedere week een grote schoonmaak komt houden. Dat is niet zo. Tegelijkertijd moeten we ons ook realiseren: oké, die duivenpoep opruimen is misschien lastig voor de bewoners. Als we nou afspreken dat zij het zwerfvuil opruimen dan kunnen wij de bankjes en bestrating af en toe reinigen. Onderhoud en beheer moeten ook steeds meer een gezamenlijke opgave worden.’

DO:

  • Ga als gemeente zoveel mogelijk op je handen zitten, maar begeleid het proces wel.

DON’T:

  • Kijk waar de energie zit en ga niet trekken aan een dood paard.

Hey, you!
We’re searching for new writers and stories about plazas and city centers.

Interested? Join The City At Eye Level and share your story!

Discover more

RELATED
STORIES

All stories