Placemaking + Friesland = mienskip

All stories
  • Culture
  • Heritage
  • Placemaking
  • Programming
  • Cities

Een provincie met een eigen taal, heeft die ook een eigen vorm van placemaking? Jazeker! ‘Placemaking draait bij ons altijd om mienskip’, zegt Harmen de Haas, directeur stadsontwikkeling en beheer van de gemeente Leeuwarden. ‘Mienskip’ staat in veel woordenboeken synoniem voor ‘gemeenschap’, maar De Haas ziet het nadrukkelijk als iets breders. ‘Het is bewustzijn van je eigen cultuur en met z’n allen iets doen, waarbij mensen zelf verantwoordelijkheid nemen. Onze rol als gemeente daarbij is om partijen bij elkaar te brengen. We zien de stad als een campus, en die maken we samen.’

Voor de Friese hoofdstad betekent dat onder meer dat nooit louter vanuit de stad wordt gedacht. De Haas: ‘In stedenbouw ligt het accent vaak op big  cities. Maar kleinere en middelgrote steden, zoals Leeuwarden, zijn  wezenlijk anders. Wij hebben een sterke band met ons buitengebied, we  voelen ons er verantwoordelijk voor en zijn er afhankelijk van, en dat benadrukken we ook bij placemaking.’

Een tweede element dat wezenlijk is voor placemaking op z’n Fries is fuïditeit oftewel vloeibaarheid. De Haas brengt dat rechtstreeks in verband met de geografe van Friesland: ‘We wonen hier overal in de buurt van water.’ Fluïde placemaking betekent dat projecten niet star zijn en open staan voor invloeden van buitenaf.

Een derde onderdeel van placemaking in Friesland is dat er ‘places of hope’ worden gecreëerd. De Haas vertaalt dat onder meer als ‘het verlangen een plek geven’. Die elementen zijn terug te vinden in de plannen die Leeuwarden smeedt voor 2018, het jaar waarin de stad culturele hoofdstad van Europa is. Leeuwarden-Fryslân 2018 (LF2018) won die begeerlijke status met een bid onder de titel ‘iepen mienskip’ (‘iepen’ betekent ‘open’).

Culturele hoofdstad van Europa zijn biedt in de ogen van De Haas vele kansen. ‘Het werkt onder meer als een versneller. Er is een deadline met een beperkte voorbereidingstijd en dat leidt tot een sense of urgency. Er ontstaat omdenken door en projecten komen sneller tot stand.’

Een voorbeeld van de projecten waarover De Haas het heeft, is de aanpak van het Oldehoofsterkerkhof, het grote plein in het centrum van Leeuwarden waar onder meer het stadskantoor aan ligt. De Haas: ‘Daar staan allemaal
instituten die bezig zijn met taal. Die hebben de voordeuren dicht. Die willen we met LF2018-event Lân fan Taal (Land van Taal) openen, zowel met fysieke maatregelen, zoals taalpaviljoens, als met programmering over meertaligheid. En de mienskip programmeert nadrukkelijk mee.’

Eén van de paviljoens is de TaalExpo. Het expressieve bouwwerk moet het Oldehoofsterkerkhof gedurende het hele jaar levendiger maken en dient als tribune bij de evenementen die er nu al vaak in de weekeinden plaatsvinden.

Een ander voorbeeld zijn de beelden van de Spaanse kunstenaar Jaume Plensa. De gemeente wilde graag het stationsgebied verlevendigen. Het idee was eerst om daar een fontein te plaatsen. Maar Plensa vond een fontein in een stad met het klimaat van Leeuwarden geen goed idee. Hij zag meer in met mist omgeven beelden. Die sluiten in zijn ogen beter aan bij typisch Leeuwarder zaken als het gerenommeerde internationale watertechnologie-instituut Wetsus, dat niet ver van het station aan de eeuwenoude stadsrivier de Potmarge ligt.

De Leeuwarders omarmden Plensa’s idee. De enigen die er moeite mee hadden, waren verkeerskundigen en stedenbouwers. De Haas: ‘Ik denk dat ze vooral moesten wennen aan de nieuwe manier van werken. Maar we hebben de plaatsing van de beelden doorgezet en zij hebben uiteindelijk meegeholpen het mogelijk te maken. De dominantie van verkeerskundigen en stedenbouwers mag wel wat minder.’

In de nieuwe manier van werken waaraan De Haas refereert, staat ‘uitnodigen’ centraal. ‘Daar zijn we als gemeente goed in. We vinden dat we met verschillende partijen om tafel moeten, partijen met een drive om de stad en provincie te verbeteren. Wij nemen het voortouw en nodigen mensen uit om met ideeën te komen. Maar als ze bij ons komen, moeten ze wel wat willen en doen. We vragen ze ook altijd: kom je hier alleen of namens anderen? Ideeën moeten onderdeel worden van de mienskip. Dus als je een plan hebt, moet je zelf je achterban mobiliseren.’

De Friese traditie van samenwerken is lang, al wordt die manier van werken soms ook met langzaam geassocieerd. De Haas erkent dat besluitvorming soms op zijn elfendertigst gaat. Die uitdrukking wordt zelfs rechtstreeks met Friesland in verband gebracht. Ze zou teruggaan op de trage wijze waarop de Staten van Friesland, bestaande uit de afgevaardigden van elf steden en dertig grietenijen (bestuursgebieden van openbaar aanklagers), overlegden. ‘De schaduwzijde van inzetten op samenwerken is: het blijft soms wat bij het gewone’, vult De Haas aan. ‘Dat doorbreken we de laatste jaren hier en daar, want we willen wel.’

De gemeente probeert af te stappen van de gewoonte om alles formeel te regelen. Er wordt bewust regelvrije ruimte gecreëerd. Kunst en cultuur spelen een opvallend grote rol. Als Leeuwarden nieuw gebied ontwikkelt aan de rand van de stad, zorgt de gemeente bijvoorbeeld eerst voor tijdelijk gebruik, in de vorm van theater of muziek. Kunst fungeert ook als alternatief voor dure stedenbouwkundige ingrepen. Zo verlevendigde kunstenaar Giny Vos een steeg door er een van ledverlichting voorzien skelet van een walvis boven te hangen.

Onderdeel van mienskip is dat de overheid ruimte geeft. De Haas noemt ter illustratie de samenwerking met winkeliers. ‘Die claimen vaak de publieke ruimte, want die maakt deel uit van hun uitstalkast. De overheid denkt dan snel: we moeten interveniëren. Wij doen het anders. We laten de winkeliers zelf zaken regelen en corrigeren. Een voorbeeld is dat ze ergens bankjes neerzetten om het straatbeeld te verlevendigen. Die ruimte krijgen ze van ons. Je kunt namelijk heel makkelijk de mienskip verkloten door strikt optreden’.

Een ander voorbeelden van mienskip, waar ook de omgeving van Leeuwarden prominent in figureert, is het project Kening fan ‘e Greide (Koning van het Weiland). Doel ervan is het behoud van de kwaliteit van het landschap. Wetenschappers, boeren, muzikanten, communicatiemensen en anderen werken erin samen. Met de grutto als symbool snijdt dit project grote vragen aan rond landschapspijn, biodiversiteit en natuurinclusieve landbouw op zo’n manier dat het ook raakt aan de stad en zijn bewoners. Recent won het project de Anita Andriesenprijs voor ruimtelijke kwaliteit vanwege het op de kaart zetten van ‘de discussie over de kwaliteit van het landschap in Friesland en daarbuiten’.

DO:

  • Stel de vraag hoe groot de groep is die met een plan bezig is, acteer niet op individuele wensen en  hobbyisten. Geef mensen de kans. Probeer dingen uit en durf ook te  concluderen dat je op een verkeerde weg zit en moet bijsturen; daar leer je van.

DON’TS:

  • Leg niet van tevoren alles in regels vast, dan weet je zeker
    dat het mislukt.
  • Hobbel niet te snel achter  projecten aan, dat kan geld kosten.

Hey, you!
We’re searching for new writers and stories about plazas and city centers.

Interested? Join The City At Eye Level and share your story!

Discover more

RELATED
STORIES

All stories