Het Aanvalsplan Binnenstad

All stories
  • Community engagement
  • Shared Space
  • City Centers

Doetinchem heeft een stevige ambitie: gastvrije hoofdstad van de Achterhoek worden. ‘Doetinchem heeft de voorzieningen al,’ vertelt wethouder Peter Drenth. ‘We bedienen daarmee de hele Achterhoek, zo’n 200.000 mensen. Die komen alleen naar de binnenstad als er iets te doen is; als de binnenstad meer is dan een verzameling winkels. Het gaat ook over emotie en beleving.’

Het is de ambitie om een gastvrije en vitale binnenstad te worden. Daarnaast staat ook het versterken van de beleving van de  Achterhoek in de binnenstad en het verbinden van de Oude IJssel met de binnenstad centraal. Daar werken verschillende partijen op allerlei manieren aan. Voorbeelden zijn het verbeteren van marketing, het zoeken naar oplossingen voor fietsen in de binnenstad, het organiseren van evenementen, het vergroenen van de stad en het opzetten van een foodhal door ondernemers in het voormalige V&D-pand. ‘We zorgen samen met inwoners en ondernemers in de binnenstad voor allerlei impulsen,’ vertelt projectleider voor de binnenstad Bart Teunissen. ‘We investeren flink in het kernwinkelgebied, maar ook aan de rand van de binnenstad. Dat gaat hand in hand.’

Een mooi voorbeeld is de aanpak van de Terborgseweg, een belangrijke aanloopstraat naar het centrum. In samenspraak met inwoners en ondernemers wordt dit een groene allee. ‘Aan de kant van de weg waar veel detailhandel zit, verbreden we de stoepen fink, zodat er een aantrekkelijke looproute ontstaat van station naar binnenstad,’ vertelt Drenth. ‘We maken daarmee ook ruimte voor winkeliers. Zo kan de bakker een terrasje maken waar zijn klanten prettig kunnen zitten.’

‘Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 kwamen de plannen voor de binnenstad in een stroomversnelling,’ vertelt Drenth. ‘Tijdens een verkiezingsdebat zei ik dat we een Aanvalsplan Binnenstad nodig hadden om de binnenstad te verbeteren. Het uitgangspunt was al het goede dat we hebben vasthouden en het verbeteren van de minder goede dingen. Eén van die minder goede plekken was het woon- en winkelgebied De Veentjes. Dit verouderde winkelgebied ligt net buiten het centrum. De afgelopen jaren verdwenen er steeds meer winkels en nam de leegstand enorm toe. Wat nog rest zijn enkele eettentjes en een verdwaalde winkel. Vanuit de wens om de binnenstad compacter te maken, werken inwoners, ondernemers, pandeigenaren en ambtenaren nu aan de transformatie van dit winkelgebied tot woongebied. De afgelopen maanden organiseerde de gemeente meerdere werkbijeenkomsten met alle betrokkenen in het gebied. Dat leidde binnen drie maanden tot een uitgewerkt plan om wonen in de plint mogelijk te maken en de buitenruimte opnieuw in te  richten.’

‘De kracht is dat we tijdelijke overgangssituaties steeds optimaal benutten,’ vertelt Teunissen. ‘Daardoor zijn het geen kleine, individuele projecten, maar past het binnen een bredere ontwikkeling van het centrum, die we samen met inwoners en ondernemers in de stad doormaken. Door de hele stad werken gemengde teams van inwoners, ondernemers, pandeigenaren en ambtenaren aan het toekomstbestendig maken van de stad.’

‘We vonden allemaal dat we het plan voor verbetering van de binnenstad niet op de universiteit of in het gemeentehuis moesten maken,’ vertelt bijzonder hoogleraar Gert-Jan Hospers van de Radboud Universiteit.

‘In plaats daarvan hebben we het plan al lopende door de binnenstad bij mensen opgehaald. We vroegen aan bewoners en bezoekers om ons een plek te laten zien waar ze heel trots op zijn en een plek die beter kan. Al wandelend deelden mensen hun visie op de binnenstad. Op basis van deze input schreef Gert-Jan Hospers samen met twee collega’s de visie ‘Doetinchem op Ooghoogte’, die het fundament vormt voor het langdurige proces van samenwerking met inwoners, ondernemers en andere partners in de binnenstad.

De nieuwe werkwijze past ook bij de nieuwe rol van de gemeente. ‘De gemeente is niet langer de spelverdeler in de stad, maar een van de vele spelers,’ zegt Drenth. De gemeenteraad steunt die werkwijze volledig. Nog voordat er besluiten waren genomen over de koers, zegde ze per jaar een structureel bedrag van 1 miljoen euro toe om te investeren in de binnenstad. ‘Wel met de voorwaarde dat partners in de stad mee financierden,’ vertelt hij. ‘We dragen als gemeente maximaal de helft bij, de andere helft moet uit de stad komen.’

Een veel gehoorde wens van de bevolking is om de Oude IJssel meer bij de binnenstad te betrekken. Dit kreeg al gestalte toen drie jonge stellen het initiatief namen voor de ontwikkeling van een nieuwe plek langs de rivier, waar mensen kunnen verblijven en wat kunnen eten of drinken. ‘Het was vanuit het Aanvalsplan Binnenstad heel logisch om ruimte te bieden aan dit initiatief,’ vertelt Drenth. ‘Oude garageloodsen van de politie zijn in gebruik genomen: de roldeuren kunnen open en er is een keuken ingebouwd. Buiten staan strandstoelen en parasols en de lokale ijsboer heeft er een tentje geopend. Het is een eenvoudige en ontzettend populaire plek waar mensen heel graag komen.’

‘Dat komt ook omdat het een plek is waar mensen ontspanning kunnen combineren met horeca,’ voegt Teunissen toe. ‘Mensen komen er op zondagochtend om te yogaën en een kop koffie te drinken. Ze voetballen er en nemen hun kinderen mee. Hier trekken mensen hun schoenen uit en zitten lekker aan het water. De plek wordt door iedereen omarmd.’ In het voorjaar van 2016 legde de gemeente een flaneersteiger aan waarover mensen bij mooi weer kunnen lopen en waar ze op kunnen zitten om van het water te genieten. Er komen nog voetpaden rondom de Oude IJssel, er zijn plannen voor een voetgangersbrug over de rivier, en er zijn wensen voor meer recreatiemogelijkheden rondom het water en een zitkade.

De eerste drie jaar van het Aanvalsplan Binnenstad zitten erop, maar het einde is nog niet in zicht. De basis van langdurige samenwerking tussen overheid en inwoners en ondernemers heeft op korte termijn veel mooie projecten, initiatieven en nieuwe energie opgeleverd. In vergelijking met een aantal jaar geleden heerst er nu bij ondernemers een hele andere attitude bij alles wat er in de binnenstad gebeurt. ‘Ondernemers zitten nu risicodragend in ontwikkelingen,’ vertelt Drenth. ‘En we zien ook dat ambtenaren anders zijn gaan werken. Zij zitten nu veel meer vanuit hun expertise en vakmanschap aan tafel en niet slechts om initiatieven te toetsen aan procedures en regels. Ze gaan ook op een andere manier in gesprek met inwoners en ondernemers doordat ze zelf onderdeel uitmaken van gemengde teams. Deze gezamenlijke aanpak vergroot het draagvlak, waardoor de realisatie van plannen sneller gaat.’

DO’S:

  • Kom afspraken na en sta open voor ideeën.
  • Schep duidelijkheid vooraf (over kaders, geld, tijd, kansen op mislukkingen).
  • Werk opgavegericht: per fase bepalen wie deelnemen aan een gemengd team.
  • Pluk snel laaghangend fruit, wees zichtbaar, laat  veranderingen zien en  enthousiasmeer mensen.
  • Werk van klein naar groot om consensus te bereiken.

DON’TS:

  • Plan geen onnodige bijeenkomsten: vrije tijd van inwoners en ondernemers is schaars.
  • Laat je niet van het pad brengen door tegenslagen en hou het grote doel voor ogen.
  • Doe geen beloftes die je niet kunt nakomen.

Hey, you!
We’re searching for new writers and stories about plazas and city centers.

Interested? Join The City At Eye Level and share your story!

Discover more

Aan de Oude IJssel in Doetinchem zitten mensen tegenwoordig onderuitgezakt in een strandstoel met hun voeten in het zand en een drankje in de hand. Het is een van de nieuwe plekken in de binnenstad van Doetinchem, ontstaan dankzij het ‘Aanvalsplan Binnenstad’. De gemeente werkt daarbij nauw samen met inwoners en ondernemers in de binnenstad. Het uitgangspunt: geen kleine individuele projecten, maar een langdurig proces van samenwerking tussen overheid en inwoners, ondernemers en andere partijen. Met het uiteindelijke doel om de binnenstad terug te geven aan inwoners en ondernemers.

RELATED
STORIES

All stories